Hoe komt een werkstuk tot stand?

                                                        

Hoe komt een werkstuk tot stand?  Het gaat om tijd, geduld en de juiste materialen.
Ten eerste ga ik diverse gegevens verzamelen zoals de tekst en de materialen die ik kan/wil gaan gebruiken voor mijn werkstuk. Met potlood maak ik diverse schetsjes, de lay-out, en slaap er eens een nachtje over. Ben ik tevreden over een ontwerp dan ga ik op zoek naar een geschikt papier, kleuren die ik wil gebruiken en de pennen waar ik mee wil gaan schrijven. Papier kun je van te voren belijnen, bij een modern werkstuk geef ik alleen de hoofdlijnen met potlood aan. NB Voor het belijnen van papier kan een tekenbord heel handig zijn!

Schrijven kan met inkt, aquarel of plakkaatverf. Het verschil tussen aquarel – en plakkaatverf is de dekkingsgraad van de kleuren. Aquarelverf levert transparante – plakkaatverf dekkende kleuren op.

Een ander verschil: de meeste inkten, behalve Oost-Indische inkt kunnen met een converter of inktpatroon in de pen. Je hoeft je pen niet steeds in de inktpot te dopen en het vlekkengevaar is minder.

Aquarel- en plakkaatverf kun je alleen gebruiken voor een losse pen. Losse pennen zijn er gelukkig in heel veel uitvoeringen: denk maar aan de trekpen, Automatic pen, Speedball etc. dus je bent allang niet meer gebonden aan een ouderwets breed pennetje in verschillende breedtes. Als ik met plakkaatverf ga schrijven maak ik deze eerst aan met gedestilleerd water en  een beetje Arabische gom en laat dit mengseltje een nachtje in een potje “rusten”.

Welke kleur papier gebruik je? Bij een wit papiertje staan rood en zwart of verschillende grijstinten heel mooi. Bij een beige papiertje: bruintinten, oranje of blauw. Er is niet voor niets een kleurencirkel – gebruik die ook! Kleuren kun je ook zelf mengen: voorbeeld rood en blauw geven een mooie bruintint. Er zijn verschillende onderverdelingen in kleuren te maken: zoals warme en koude kleuren. Voor de uitstraling van je werkstuk is het wel handig als je daar rekening mee houdt.

Een of meerder lettertypes kiezen, de Unciaal met Humanistische minuskel doen het goed, of Gotisch met Italic schrift. Pennen, inkten of verven klaarzetten en een bordje “niet storen”. Vaak zet ik een favoriete CD op maar rustig in stilte werken is ook fijn.

Dan ga ik de tekst schrijven, rekening houdend met juiste marges en de lay-out. Gebruik altijd een groter stuk papier voor je werkstuk – bijsnijden kan altijd – maar er af is er af! De droogtijd van de inkt of verf – het kan verschil maken waar je bezig bent. Werk je in een warme of ietwat koelere ruimte?

Pennen na gebruik meteen schoonmaken onder de kraan met een oude tandenborstel. Let ook op de afvoer(dop erop!) in de afwasbak – als een pennetje er per ongeluk in valt ben je het wel kwijt!

Het uitgummen van eventuele potloodlijntjes kun je het beste een dag uitstellen en een kneedgum beschadigt je papier niet.

Tot slot: Als je je dag niet hebt laat het werkstuk dan voor wat het is en ga wat anders doen. Neem de tijd – er is altijd tijd – en de rust om tot een goed kalligrafisch werkstuk te komen!

Foto: Eigen werkstuk 28 mei 2011 – Laagjestechniek: Acryl- en plakkaatverf

Over knoopskalligrafie

Mijn passie is kalligrafie en boekbinden - meer hierover in deze blog.
Dit bericht werd geplaatst in Kalligrafie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s